Minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) heeft in de Kamercommissie Financiën de bezorgdheden van beleggers en ondernemers over de nieuwe meerwaardebelasting grotendeels proberen te temperen. Hij beantwoordde er meer dan honderd ingediende vragen van commissieleden.
De grootste ongerustheid bij cryptobeleggers draaide rond de kans dat ze als 'abnormaal beheerder' zouden worden bestempeld, wat een belastingtarief van 33 procent met zich meebrengt. Jambon maakte duidelijk dat de fiscus zelf moet bewijzen dat er sprake is van abnormaal beheer, en dat dit alleen het geval is wanneer meerdere criteria tegelijk aanwezig zijn. Denk aan zaken als het aandeel van crypto in het totale roerende vermogen, het gebruik van geleend geld voor crypto-aankopen, geautomatiseerde handelssystemen en een hoog transactievolume. Volgens de minister gaat het om uitzonderlijke gevallen, en zal de grote meerderheid van de cryptobeleggers gewoon onder het normale tarief vallen.
Interne meerwaarden: geen brede toepassing
Ook ondernemers maakten zich zorgen, met name over de belasting op interne meerwaarden. Die maatregel legt een tarief van 33 procent op wanneer iemand aandelen van zijn eigen vennootschap verkoopt aan een andere vennootschap waarover hij — al dan niet samen met familieleden — de volledige controle uitoefent. Het doel is fiscaal misbruik tegengaan, maar fiscalisten waarschuwden dat ook volkomen legitieme transacties in het vizier zouden kunnen komen.
Jambon nuanceerde: wie verkoopt aan een vennootschap die mede gecontroleerd wordt door een private-equityfonds, of in het kader van een managementbuy-out waarbij managers een meerderheidsbelang krijgen, valt niet onder die regeling. In beide gevallen ontbreekt immers de volledige controle van de verkoper over de kopende vennootschap. Familiale aandelenoverdrachten waarbij ouders verkopen aan een holding die ook de kinderen toebehoort, zijn volgens de minister expliciet uitgesloten via de toelichting bij het wetsvoorstel.
Een wetswijziging acht Jambon niet nodig. Fiscalisten blijven echter terughoudend: zolang de wettekst zelf niet wordt aangepast, blijft juridische onzekerheid bestaan. Het vennootschapsrecht hanteert immers een andere definitie van controle dan de interpretatie die de minister nu naar voren schuift. Bovendien blijft het onweerlegbare vermoeden van misbruik overeind, wat mogelijk op gespannen voet staat met het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel. Volgens experten is reparatiewetgeving de enige manier om vernietiging door het Grondwettelijk Hof te voorkomen.
Goud en obligaties
Eigenaars van beleggingsgoud — denk aan gouden staven of erkende munten — hadden zich eind vorig jaar al in de handen gewreven door te verkopen, precies omdat ze hun oorspronkelijke aankoopdatum niet konden aantonen. Zonder dat bewijs dreigden ze belast te worden op de volledige verkoopwaarde, in plaats van enkel op de winst geboekt na de referentiedatum van 31 december 2025.
Jambon stelde hen gerust: wat een belastingplichtige zelf aangeeft, wordt als correct beschouwd tenzij de fiscus het tegendeel aantoont. Hij verwacht weinig discussies over de waardering op die referentiedatum. Ter verduidelijking gaf hij al enkele richtprijzen mee die in een toekomstige omzendbrief worden opgenomen: een kilo goud van 24 karaat wordt gewaardeerd op 117.910 euro, een Krugerrand op 3.667,50 euro en een Chinese Panda op 3.537,30 euro.
Over obligaties verduidelijkte Jambon dat wie op de secundaire markt een obligatie onder de uitgifteprijs aankoopt en vervolgens op de eindvervaldag een meerwaarde realiseert, wel degelijk belastbaar is. Er is immers sprake van een overdracht onder bezwarende titel.
Overgangsperiode verlengd
Tot slot kondigde Jambon aan dat de overgangsperiode voor banken wordt verlengd tot 1 juni. Zij hoeven de belasting daardoor pas vanaf die datum verplicht in te houden. Eerder gold de tiende dag na publicatie van de wet als startmoment.
De minister liet weten de toepassing van de wet nauwgezet op te volgen en open te staan voor bijsturingen indien die zich in de praktijk opdringen. De wetteksten kregen dinsdagavond in eerste lezing groen licht. De tweede lezing volgt de komende weken.
TAKEAWAY
Jambon sust de gemoederen, maar lost de problemen niet echt op. Hij geeft verbale garanties aan drie groepen: cryptobeleggers worden niet massaal als abnormaal beheerder aangepakt, interne meerwaarden worden niet breed toegepast, en goudbeleggers moeten niet zelf het bewijs leveren. Maar het grote pijnpunt blijft: de wettekst wordt niet aangepast. Jambon lost de onzekerheid op via interpretaties en toelichting, niet via concrete wetswijzigingen. Fiscalisten waarschuwen dan ook dat dit juridisch wankel is en dat het Grondwettelijk Hof de wet nog altijd kan vernietigen. De enige échte aanpassing is de verlengde overgangsperiode voor banken tot 1 juni. Kortom: de minister kalmeert, maar de onderliggende rechtsonzekerheid blijft bestaan.
